Praktijk VAN WAARDE
Desire Found Me
Wanneer je ontdekt waar je verlangen vandaan komt
Een boekbespreking
Soms is zo’n boek dat heel dichtbij wat je denkt en ervaart komt. Die woorden geeft, die je zelf geschreven zou willen hebben. Desire Found Me van André Rabe is er voor mij zo een.
André Rabe laat in Desire Found Me zien dat verlangen veel meer ontstaat in relatie tot anderen. We leren niet alleen van anderen hoe we moeten leven, maar ook wat de moeite waard is om naar te verlangen. Vanaf onze vroegste jaren kijken we naar mensen die voor ons belangrijk zijn. We nemen hun gedrag over, maar ook hun verlangens. We ontdekken door hen wat succes, schoonheid, erkenning, liefde en geluk zouden moeten betekenen. Dat is niet verkeerd. Een mens leert nu eenmaal door anderen. Paulus zegt zelfs: „Volg mij na, zoals ik Christus navolg” (1 Korintiërs 11:1). We worden gevormd door degene naar wie we kijken.
Maar ergens kan er iets verschuiven. De ander die eerst een voorbeeld was, wordt iemand met wie we ons gaan vergelijken. Wat begint als bewondering kan veranderen in rivaliteit. Waarom heeft hij dat wel en ik niet? Waarom wordt zij wel gezien? Waarom lukt het de ander wel? Zo ontstaat het gevoel dat we tekortkomen. Paulus geeft daarom een opvallend eenvoudige richting: „Laat ieder zijn eigen daden toetsen (…) zonder zich met een ander te vergelijken” (Galaten 6:4). Want wanneer we onze waarde steeds afmeten aan de ander, raken we gemakkelijk verwijderd van onszelf.
Soms zoeken we vervolgens een oorzaak voor ons tekortgevoel en wijzen we een ander aan. Iemand moet verantwoordelijk zijn voor wat er in ons misgaat. Zo ontstaat het mechanisme van de zondebok: door de schuld bij een ander te leggen, lijkt het probleem even opgelost. De Bijbelse verhalen laten steeds opnieuw zien hoe gemakkelijk mensen elkaar tegenover elkaar zetten en hoe een groep zich kan verenigen door een ander uit te sluiten.
Rabe verbindt deze inzichten met het christelijke verhaal. Jezus laat volgens hem een totaal andere manier van verlangen zien. Hij hoeft zichzelf niet groter te maken door anderen kleiner te maken. Hij kiest voor nabijheid in plaats van uitsluiting, voor vergeving in plaats van vergelding en voor liefde in plaats van rivaliteit. Paulus vat die beweging samen wanneer hij schrijft: „Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de ander belangrijker zijn dan uzelf. Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had” (Filippenzen 2:3-5).
Het kruis maakt vervolgens zichtbaar wat er gebeurt wanneer mensen gevangen raken in het mechanisme van rivaliteit en uitsluiting. Een mens wordt aangewezen als schuldige en uitgeschakeld. Maar de opstanding doorbreekt dat verhaal. Het slachtoffer blijkt niet de schuldige te zijn. Daarmee wordt een andere manier van kijken en leven mogelijk. Jezus laat zien dat onze identiteit niet hoeft te ontstaan uit winnen, vergelijken of boven een ander staan.
Daarom wordt de vraag belangrijk: naar wie kijk ik om te ontdekken wie ik moet zijn? Degene naar wie we kijken, vormt immers ook ons verlangen. Wanneer we ons voortdurend spiegelen aan succes, status, bezit of de goedkeuring van anderen, zullen we gemakkelijk steeds meer nodig hebben om onszelf waardevol te voelen. Maar de Bijbel wijst een andere richting: „Laten wij daarbij de blik gericht houden op Jezus” (Hebreeën 12:2). Wie bepaalt waarnaar ik kijk, heeft daarmee ook invloed op wat ik verlang.
Wanneer we ons laten vormen door Jezus, hoeft de ander niet langer onze concurrent te zijn. Dan hoeft mijn waarde niet afhankelijk te zijn van mijn plaats ten opzichte van een ander. Ik mag leren leven vanuit ontvangen in plaats van bewijzen. Ik hoef niet voortdurend te laten zien dat ik ertoe doe.
Daar ligt ook de betekenis van de titel Desire Found Me. We denken gemakkelijk dat geloven begint met ons zoeken naar God. Ik moet God vinden. Ik moet dichter bij Hem komen. Ik moet het goede doen. Rabe draait die beweging om. Wat als God al naar mij verlangt voordat ik naar Hem verlang?
Dat idee klinkt diep door in de Bijbel: „Wij hebben lief omdat God ons eerst heeft liefgehad” (1 Johannes 4:19). Ons antwoord komt niet als eerste. Gods liefde gaat eraan vooraf. Het verlangen naar God ontstaat niet alleen vanuit onze eigen zoektocht, maar kan worden gewekt door de ontdekking dat God ons al zoekt en liefheeft.
Dat zien we ook terug in het verhaal van het verloren schaap. De herder wacht niet totdat het schaap zelf de weg terugvindt. Hij gaat op zoek en vindt het (Lucas 15:4-6). Misschien is dat wel de kern van Desire Found Me: ik ben niet degene die uiteindelijk God gevonden heeft. Ik ontdek dat ik al gevonden ben.
Daarmee verandert ook de manier waarop ik naar mezelf kan kijken. Wanneer mijn identiteit afhankelijk is van vergelijking, moet ik voortdurend iets bewijzen. Ik moet succesvol zijn, geliefd zijn, aantrekkelijk zijn, gelijk hebben of geestelijk goed genoeg zijn. Maar wanneer mijn identiteit begint bij ontvangen liefde, ontstaat ruimte. „Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken” (1 Johannes 3:1). Ik hoef mezelf niet eerst waardevol te maken om geliefd te kunnen zijn.
Misschien is dat uiteindelijk de beweging die Rabe ons wil laten zien: van vergelijken naar ontvangen, van rivaliteit naar verbondenheid en van moeten naar mogen zijn. Het gaat er niet om dat we ophouden te verlangen. Het gaat erom dat we ontdekken welk verlangen ons vormt en wie we volgen.
Daarom zijn misschien niet alleen de vragen Wat wil ik? en Wat heb ik nodig? belangrijk, maar vooral: Waar komt mijn verlangen vandaan? Wie heeft mij geleerd wat belangrijk is? Naar wie kijk ik? Met wie vergelijk ik mij? En wat gebeurt er wanneer ik ontdek dat ik mijn waarde niet langer hoef te bewijzen?
Daar begint vrijheid. Niet wanneer ik alles gevonden heb waarnaar ik verlang, maar wanneer ik ontdek dat mijn diepste verlangen zelf opnieuw gevormd mag worden door liefde.
Je hoeft niet eerst gevonden te hebben wat je zoekt om van waarde te zijn. Misschien ontdek je juist dat je al gevonden bent.