Ter inspiratie
Mens zijn is gebroken zijn…
25 augustus 2026
Leren leven met wat niet heel is“
“Mens zijn is gebroken zijn en tekortschieten en leren leven is dat accepteren.”
Dit is een zin die dicht bij mijn eigen manier van kijken naar mensen komt. In mijn gesprekken met mensen probeer ik niet in de eerste plaats te zoeken naar wat er mis is, maar naar wat iemand heeft meegemaakt, waar iemand naar verlangt en hoe iemand heeft leren omgaan met zijn kwetsbaarheid. Ik geloof dat mens-zijn onvermijdelijk betekent dat we tekortschieten. We maken fouten, raken elkaar kwijt, worden gekwetst en kwetsen anderen. We dragen bovendien allemaal iets mee uit onze geschiedenis.
Voor mij begint leren leven daarom niet bij het wegwerken van alles wat moeilijk is. Het begint bij het kunnen erkennen van wat er is. Dat betekent niet dat je je erbij neerlegt of dat verandering niet meer nodig is. Het betekent dat je niet langer hoeft te vechten tegen het feit dat je mens bent.
Veel van ons leven staat in het teken van verbetering. We willen een betere partner zijn, een betere ouder, een betere werknemer, een betere christen. We willen sterker, wijzer, geduldiger en meer in balans zijn. Daar is op zichzelf niets mis mee. Het wordt problematisch wanneer onze waarde ervan afhankelijk wordt. Dan wordt een fout geen fout meer, maar bewijs dat we niet goed genoeg zijn. Een conflict betekent: ik heb gefaald. Een afwijzing wordt: er is iets mis met mij. Een verkeerde keuze wordt: zie je wel, ik kan het niet.
Zo kan het leven een voortdurende poging worden om jezelf te bewijzen.
Gebrokenheid is niet hetzelfde als waardeloosheid
Ik vind het belangrijk om onderscheid te maken tussen wat je doet en wie je bent. Gebroken zijn betekent niet dat je gebrokenheid bént. Je kunt tekortschieten zonder een tekortschietend mens te zijn. Je kunt iemand pijn doen zonder daarom een slecht mens te zijn. Je kunt bang zijn zonder een lafaard te zijn en falen zonder dat je bestaan een mislukking is.
Zolang we onze fouten vereenzelvigen met onze identiteit, zullen we onszelf voortdurend moeten verdedigen. Maar wanneer ik kan zeggen: “Ik heb iets verkeerd gedaan” in plaats van “Ik bén verkeerd”, ontstaat ruimte. Ruimte om verantwoordelijkheid te nemen, sorry te zeggen, iets te herstellen en opnieuw te beginnen.
In mijn gesprekken probeer ik daarom niet alleen te vragen: “Wat gaat er mis?” maar ook: “Wat gebeurt er met jou wanneer het misgaat?” Word je dan hard voor jezelf? Ga je pleasen? Trek je je terug? Word je boos? Of probeer je jezelf juist voortdurend te bewijzen?
Niemand is alleen maar zichzelf
Een mens staat nooit op zichzelf. Wie wij geworden zijn, heeft te maken met de mensen die ons zijn voorgegaan, met wat we hebben ontvangen en gemist, met verwachtingen, loyaliteiten en verantwoordelijkheden. Soms hebben we als kind meer gedragen dan bij ons hoorde. Soms hebben we juist te weinig ontvangen.
Een kind dat weinig bevestiging heeft gekregen, kan bijvoorbeeld eindeloos zijn best doen om goed genoeg te zijn. Iemand die zich verantwoordelijk voelde voor de emoties van een ouder, kan later moeite hebben om voor zichzelf te kiezen. Wie in zijn gezin geleerd heeft dat conflicten gevaarlijk zijn, kan later alles vermijden wat spanning oproept.
Daarom vraag ik mij bij iemand die zegt “ik schiet tekort” ook af: waar komt dat gevoel vandaan? Misschien schiet iemand inderdaad ergens tekort. Maar misschien probeert diegene al jaren een tekort te compenseren dat nooit helemaal van hem of haar was.
We worden mens in relatie tot anderen. We ontvangen iets van anderen, worden gevormd door anderen en kunnen ook door anderen beschadigd worden. Maar relaties kunnen eveneens een plek van herstel worden. Soms begint herstel wanneer iemand eindelijk ervaren mag: ik hoef het niet alleen te dragen.
Onder boosheid zit vaak verlangen
In relaties gaat het conflict vaak over gedrag. “Jij luistert nooit.” “Jij bent altijd weg.” “Jij begrijpt mij niet.” Maar onder die boosheid zit regelmatig iets veel kwetsbaarders: Ben ik belangrijk voor jou? Kan ik op je rekenen? Ben je er voor mij wanneer ik je nodig heb? Mag ik bij jou kwetsbaar zijn?
Wanneer we alleen naar het zichtbare gedrag kijken, blijven we gemakkelijk gevangen in hetzelfde patroon. De één gaat harder praten, de ander trekt zich terug. De één gaat meer eisen, de ander wordt stiller. Vervolgens bevestigen beide mensen elkaars angst.
Daarom probeer ik in gesprekken de laag daaronder te zoeken. Niet alleen: “Waar maken jullie ruzie over?”, maar vooral: “Wat doet dit met je?” en “Waar verlang je eigenlijk naar?”
Dan kan boosheid opeens verdriet blijken te zijn. Controle kan een verlangen naar veiligheid verbergen. Terugtrekken kan voortkomen uit angst om opnieuw afgewezen te worden.
Achter veel strijd zit uiteindelijk een verlangen naar verbinding.
Liefde betekent niet dat alles goed is
Daarbij vind ik het belangrijk om genade niet te verwarren met vrijblijvendheid. Dat je geliefd bent, betekent niet dat je gedrag er niet toe doet. Integendeel.
Wanneer mijn waarde niet meer voortdurend op het spel staat, kan ik eerlijker kijken naar mijn gedrag. Dan kan ik zeggen: “Ja, ik heb je pijn gedaan”, zonder te denken: “Dus ben ik een slecht mens.” Ik kan zeggen: “Ik heb jou nodig”, zonder te denken: “Dus ben ik zwak.” Ik kan zeggen: “Ik weet het niet”, zonder te concluderen: “Dus ben ik dom.”
Dat is misschien wel een volwassen vorm van verantwoordelijkheid: jezelf niet vrijpleiten, maar jezelf ook niet vernietigen.
Jezus laat een andere manier van mens-zijn zien
Ook in mijn kijken naar Jezus speelt dit mee. Jezus lijkt mensen niet eerst te willen repareren voordat Hij hen werkelijk ontmoet. Hij zoekt mensen op in hun gebrokenheid. Hij ziet wat anderen liever niet zien. Hij vergeeft, spreekt waarheid, stelt grenzen en blijft mensen nabij.Dat vind ik bijzonder. Jezus lijkt niet te zeggen: “Word eerst een beter mens, dan ben je welkom.” Eerder lijkt Hij te zeggen: “Je bent welkom. En juist vanuit die liefde kan er iets in je veranderen.”
Daarin zit voor mij een belangrijk verschil tussen veranderen uit angst en veranderen vanuit liefde. Wanneer ik voortdurend bang ben niet goed genoeg te zijn, probeer ik mezelf te verbeteren om mijn waarde te verdienen. Wanneer ik mij gedragen weet, kan ik veranderen omdat ik vrijer word.
Acceptatie is geen berusting
Acceptatie betekent daarom niet: “Zo ben ik nu eenmaal en daar moet iedereen het maar mee doen.” Het betekent: “Dit is wat er nu is. Ik hoef er niet voor weg te lopen om ermee te kunnen leven.”
Pas wanneer ik mijn werkelijkheid onder ogen durf te zien, kan er iets veranderen. Een mens die niet mag falen, kan moeilijk leren van zijn fouten. Een mens die niet verdrietig mag zijn, kan moeilijk troost ontvangen. Een mens die zijn afhankelijkheid niet mag voelen, kan moeilijk werkelijk verbonden zijn. En iemand die zijn eigen tekort niet kan verdragen, zal anderen gemakkelijk gebruiken om zichzelf alsnog goed genoeg te voelen.
Acceptatie is dus geen eindpunt. Het is vaak het begin van verandering.
Heel worden is misschien iets anders dan perfect worden
Misschien is heel worden niet hetzelfde als perfect worden. Misschien betekent heel worden dat de verschillende kanten van jezelf niet langer tegen elkaar hoeven te vechten.
Dat ik mijn kwetsbaarheid mag kennen én mijn kracht. Mijn verleden én mijn toekomst. Mijn schuld én mijn geliefd-zijn. Mijn behoefte aan anderen én mijn verantwoordelijkheid voor mezelf. Mijn tekort én mijn waardigheid.
Daarom kijk ik in gesprekken niet alleen naar problemen, maar ook naar mogelijkheden. Wat heb je ontvangen? Wat heb je gemist? Waar ben je bang voor? Waar verlang je naar? Welke patronen zijn ooit behulpzaam geweest, maar zitten je nu in de weg? En misschien vooral: hoe kun je leren om jezelf en de ander met meer mildheid en waarheid tegemoet te treden?
Leren leven
Misschien is leren leven uiteindelijk niet leren hoe je nooit meer tekortschiet. Het is leren hoe je met je tekort kunt leven zonder jezelf te veroordelen.
Leren dat je niet alles kunt herstellen. Dat je niet iedereen tevreden kunt stellen. Dat sommige mensen je verkeerd zullen begrijpen. Dat je soms degene bent die gekwetst heeft en soms degene die gekwetst wordt. Dat je verleden invloed heeft, maar niet het laatste woord hoeft te hebben.
En dat je midden in dat alles kunt zeggen:
Ik ben niet af. Ik ben niet perfect. Ik schiet soms tekort. En toch ben ik waardevol en geliefd.
Misschien is dat wel een van de grootste vormen van vrijheid. Niet de vrijheid om eindelijk iemand te worden die nooit meer faalt, maar de vrijheid om mens te zijn: iemand die mag falen, verantwoordelijkheid kan nemen, liefde kan ontvangen, grenzen kan stellen en opnieuw kan beginnen.
Mens zijn is gebroken zijn en tekortschieten. Leren leven is dat niet langer hoeven verbergen. Misschien begint echte heelheid precies daar.